Camper bouwen: alle eisen en regels voor zelfbouwers (2026)

Lees je voor het camper bouwen goed in: Belangrijke wet- en regelgeving voor de zelfbouwer overzichtelijk op een rij.

Inhoudsopgave

Camper bouwen? Zorg dat je de wet- en regelgeving kent!

Het is best lastig om alle regeltjes voor het bouwen van een camper te vinden en dus probeer je alles maar een beetje bij elkaar te sprokkelen. Je plukt wat inrichtingseisen van de RDW site, leest wat op de Belastingdienst, spit wat camperbouwblogs en (facebook)forums door en denkt er dan wel te zijn. Helaas. Het klinkt wat streng, maar we komen veel zelfbouwers tegen die vol goede moed lekker aan het bouwen zijn en bij de camperkeuring, na een bezoek aan ons of bij de zitplaatskeuring er achter komen dat ze wat belangrijke regels over het hoofd hebben gezien. En dat is niet zo gek, want het is ook best een zoektocht met verschillende instanties. De belangrijkste en meest relevante regelgeving voor je camperbouw delen we heel graag met je. Lees het goed door, want het kan je een boel ellende schelen.

Regelgeving en camperbouweisen, met deze 5 instanties heb je (ook) te maken

Hoewel de inrichtingseisen voor een camper van de RDW en de Belastingdienst wel te vinden zijn, worden de algemenere technische wet- en regelgeving voor voertuigen en de eisen van de verzekeraar, die dus ook belangrijk zijn om te weten voor je camperbouw, vaak over het hoofd gezien. Met soms vervelende situaties als gevolg, zoals afkeur, het moeten aanpassen van je camper en stevige boetes.

1. Algemene wet- en regelgeving voor bestelbussen, passagiersvoertuigen en campers

Als je een camper (in aanbouw) bezit, dan heb je ook te maken met de (algemene) wet en regelgeving voor voertuigen waar de RDW toezicht en controle op houdt. Dit gaat bijvoorbeeld over hoe breed een voertuig mag zijn, regels over ramen, hartlijnen, remlichten en (binnen)spiegels. Wat het lastig maakt is dat deze regels verschillen voor bestelbussen (waar je je camperbouw waarschijnlijk mee begint) en voor passagiersvoertuigen (waar campers ook onder vallen). Verderop in dit blog gaan we de meest relevante bij langs.

2. Camper eisen RDW

Naast de regelgeving voor voertuigen in z’n algemeen, heeft de RDW specifieke inrichtingseisen voor campers. Let op. Deze verschillen gedeeltelijk van de campereisen van de Belastingdienst.

3. Camper eisen Belastingdienst

Als je camper aan de inrichtingseisen voor campers, dan kom je in aanmerking voor het kortingstarief voor het betalen van de wegenbelasting. Let op, dit zijn aanvullende voorwaarden op die van de RDW,

4. Eisen verzekeraar (vaak vergeten)

Wanneer je een voertuig hebt, moet je uiteraard minimaal WA verzekerd zijn en een geldige APK hebben tenzij je de bus schorst, maar er zijn ook een aantal minder bekende regels. Wat zelfbouwers nog wel eens vergeten is dat ook de verzekeraar vaak met eisen en voorwaarden komt voor je camperbouw. En vergeet je ook niet te verdiepen in de verzekeringsvoorwaarden voor het gebruik van je camper, dit lees je in het blog over de beste camperverzekering voor je camper.

5. Regelgeving gemeente (APV)

Als laatste, maar niet onbelangrijk. Je kunt te maken krijgen met een streng parkeerbeleid voor campers.

Geen zorgen, we gaan het allemaal bij langs.

Wet- en regelgeving voor het ombouwen van een bestelbus naar camper

Wanneer je begint met het ombouwen van je bus naar camper, staat je bus waarschijnlijk geregistreerd als bestelbus. Voor bestelbussen gelden er andere eisen dan voor passagiersvoertuigen (waar ook campers onder vallen). Let dus goed op, als je nog met je bus rondrijdt terwijl deze in aanbouw is (en nog niet) gekeurd is als camper of passagiersvoertuig.

Mag je het tussenschot verwijderen?

Hier zijn enorm veel misvattingen over die we bij elke keuringsdag toch zeker 1 of 2 keer weer tegenkomen. De meeste bussen die worden omgebouwd naar camper vallen in de categorie ‘grote bestelbus’. Dan heb ik het over de Ducato’s, Boxer’s, Crafter’s, Sprinter’s, maar ook over de VW Transporters en Ford Transit Custom’s. Voor deze grote bestelbussen geldt dat je het tussenschot gewoon mag verwijderen, ook als je nog geregistreerd staat als bestelbus.

Wanneer mag het tussenschot niet verwijderd worden?
Je mag het tussenschot niet verwijderen als je bus geregistreerd staat als bestelbus met dubbele cabine. Daarvoor gelden andere regels. Als je dan het tussenschot verwijderd, word je gezien als passagiersvoertuig en ben je dus in overtreding, wat je enorme boetes kan opleveren. Val je in de categorie kleine bestelbus, ook dan mag je niet het (hele) tussenschot verwijderen.

Regelgeving voor het plaatsen van ramen in je camper

Ramen moeten voorzien zijn van een 43R certificeringsnummer. Let hier op, want niet alle ramen die worden aangeboden voor camperbouw hebben dit. Bij een oplettende keurmeester betekent dit een afkeur bij de RDW (camper)keuring en veel werk om het in orde te maken. Let vooral op als je ramen via sites als Amazon vanuit het buitenland koopt.

Mag je ramen plaatsen als je (nog) niet RDW gekeurd bent als camper?

Als je geregistreerd staat als bestelbus en in de categorie ‘grote bestelbus’ valt, zoals de Ducato, Boxer, Crafter, VW Transporter en de Fort Transit Custom, dan mag je ramen in je bus plaatsen. Val je in een andere categorie, dan mag je alleen aan de rechterkant één zijruit plaatsen. Ook deze info vind je op de site van de Belastingdienst.

Vergeet de achteruitkijkspiegel niet als je ramen plaatst in de achterdeuren

Een binnenspiegel is verplicht als je zicht naar achteren hebt. Zorg er dus voor dat je een (originele) achteruitkijkspiegel hebt of dat je achterramen zijn afgeschermd (met een vaste constructie). Bij een zitplaats- of camperkeuring kan hier op (af)gekeurd worden.

Wanneer voldoe je niet meer aan de eisen van een bestelbus?

Hierbij zijn de eisen van De Belastingdienst vooral belangrijk, zij hanteren de volgende regels:

  1. Een bestelbus moet hoofdzakelijk zijn ingericht voor het vervoer van goederen.
  2. Er moet voldoende lege ruimte, oftewel een vrij blok in de laadruimte. De afmetingen van dit blok verschillen per categorie. Het blok bij de grote bestelbussen moet zijn: minimaal 200 cm lang, minimaal 130 cm hoog over een breedte van minimaal 20 cm en een lengte van minimaal 200 cm.
  3. In de laadruimte mogen geen zitplaatsen zijn.
  4. De laadruimte moet een vaste laadvloer hebben over de hele breedte en lengte van de laadruimte. De vloer moet volledig vlak zijn en mag een klein profiel hebben als de vloer daardoor steviger is.
  5. Hij heeft een toegestane maximum massa van maximaal 3500 kilo, dus het gewicht dat je bus maximaal mag wegen inclusief alles. Passagiers, bagage, brandstof etc.

Voldoe je hier niet aan of niet meer aan omdat je aan het ombouwen bent, dan ben je dus eigenlijk een passagiersauto, en daar mag je niet mee rondrijden zonder om te keuren.

Regels en wetgeving voor camperbouw

Elektrische apparatuur moet 10R getest zijn

Deze regelgeving is voor zelfbouwers nieuw. Het bestaat al wel langer, maar sinds juli 2025 is de RDW hier ook daadwerkelijk op gaan keuren. De ECE-10 R is een Europese norm die verplicht is voor elektromagnetische compatibiliteit (EMC) in voertuigen. Met andere woorden, van de apparatuur die tijdens het rijden aan kan staan moet je laten zien door middel van deze certificering dat de elektrische apparaten in je bus geen storingen veroorzaken bij andere elektronica in het voertuig (zoals de radio of het motormanagement) én dat ze zelf bestand zijn tegen straling van buitenaf.

Apparatuur zoals de meeste elektrische kookplaten, Power station’s, koelkasten zoals de Hyckes, en de goedkopere standkachels voldoen over het algemeen niet aan deze norm. Je hebt dan een grote kans dat de keurmeester hierover valt. Zorg er daarom voor dat je apparatuur aan deze norm voldoet of dat de apparatuur die niet aan de norm voldoet automatisch wordt uitgeschakeld tijdens het rijden.

RDW regels voor een hefdak

Een camper met een hefdak waarvoor de B-stijl of andere stijlen zijn doorgezaagd met gordelbevestiging en/of doorgezaagde spanten waarbij het chassis te erg verzwakt is, wordt niet zomaar goedgekeurd bij de camperkeuring. Op dit moment moet je dan foto’s van de huidige situatie in je bus (met name bij de B-stijl) opsturen naar de VRT, samen met een verklaring of testcertificaat van de hefdakleverancier. Kun je dit niet laten zien, dan ben je best wel goed de pineut. Je krijgt dan je camper niet goedgekeurd.

Vraag dus van te voren om deze documenten en garantie voor goedkeuring van de hefdakinbouwer. Houd er rekening mee dat sommige hefdakleveranciers of inbouwers een toeslag vragen voor zo’n certificaat en de beoordeling van de VRT ook een paar honderd euro kost.

Derde remlicht verplicht

Bouw jij een bestelbus om met een eerste tenaamstelling van voor 2012? Dan is er een kans dat die geen derde remlicht heeft. Dit was toen nog niet verplicht voor bestelbussen Als je deze bus omkeurt naar passagiersvoertuig ben je dit echter wel verplicht (bij passagiersbussen/campers vanaf 2001).

Zorg dat je bus symmetrisch blijft

De verlichting van je bus is uitgelijnd op de de hartlijn, dus het midden van je bus. Als je het chassis aanpast door bijvoorbeeld flares aan één kant te plaatsen, dan is je verlichting niet meer goed uitgelijnd.

Plaats flares aan beide kanten

Als je van plan bent om flares te plaatsen, dan is goed om bekend te zijn met deze regel. Flares zijn uitbouwen aan de zijkant van je bus. Deze worden geplaats om je bus wat breder te maken, vaak bij het slaapgedeelte. De ene keurmeester keurt hier strenger op dan de ander, maar achteraf aanpassen kan wel heel vervelend zijn als je net je camper af hebt. Je zult overigens zien dat de flares aan de schuifdeurkant vaak smaller zijn dan aan de andere kant. Dat komt omdat de schuifdeur nog langs de flare moet kunnen. Onze ervaring is, dat ze dit kleine verschil door de vingers zien, eveneens als de montage van luifels.

De breedte van je bus

Als je aanpassingen aan het chassis maakt, zoals met het plaatsen van flares, verandert de breedte van je bus. En ook hier is regelgeving voor.

Spiegels die passen bij de breedte van je bus

Komt (een deel) van je bus voorbij je zijspiegels, een flare bijvoorbeeld, dan heb je (originele) grotere spiegels nodig.

Een bus die breder is (geworden) dan 2,10 meter

Is je bus breder (geworden) dan 2,10 meter, dan moet je bus officieel voorzien zijn van contourverlichting. Dit is verlichting op de buitenste delen van de bus. Dit kunnen dus je flares zijn. Let hier vooral op bij Boxer’s/Ducato’s/Jumpers, als je die voorziet van 2 flares is je bus al snel breder dan 2,10 meter. Een strenge keurmeester zal hier op (af)keuren.

De maximale breedte van je bus

Je bus mag niet breder worden dan 2,55 meter.

Gewicht van je camper

Er zijn verschillende regels en wetgeving voor het gewicht van je camper. Om die te duiden worden er verschillende termen gebruikt. Zo heb je te maken met gewicht dat past bij je rijbewijs, oftewel de wettelijk toegestane maximum massa. Met wat je voertuig aan kan, de technische massa genoemd. Het gewicht dat de RDW rekent, noemen we de massa rijklaar, de Belastingdienst rekent met het ledig gewicht en het campergewicht voor zitplaatsen wordt de nuttige massa genoemd.

Geen zorgen, we leggen het allemaal uit. Om de regels en wetgeving voor het gewicht van je camper goed uit te leggen, schreven we hier een extra blog over: ‘Camper gewicht: Belangrijke regels en rekenmodellen’

Regels voor het aanpassen van zitplaatsen en plaatsen van draaiplateaus

Je mag in Nederland niet zomaar zitplaatsen wijzigen of toevoegen. Een zitplaatswijziging, waar het plaatsen van draaiplateaus ook onder vallen, moet worden gekeurd door de technische afdeling van de RDW (de VRT) en jij moet er voor zorgen dat je kunt aantonen dat de zitplaatsen en constructies voldoen aan de veiligheidseisen. Dit kan door middel van erkende homologatieverklaringen, berekeningen en/of testrapporten. Aan de technische keuring (ongeacht of het goedkeur of afkeur is) hangt een prijskaartje van zo’n 700 euro.

Wil je extra RDW zitplaatsen plaatsen in je camper, je voorstoelen voorzien van draaiplateaus, een passagiersbank vervangen voor een passagiersstoel of andersom? Lees je dan goed in over wat er kan en mag om dit op de juiste manier te doen en goedgekeurd te krijgen bij de RDW. Wil je hier hulp bij? We helpen je graag, bekijk hier ons aanbod voor extra zitplaatsen en voor RDW gekeurde draaiplateaus (incl. het eventueel vervangen van de passagiersbank).

Regels en eisen camperbouw draaiplateaus

RDW inrichtingseisen camper

Op de site van de RDW zijn de (inrichtings)eisen voor campers te vinden. Maar, we begrijpen als je met wat vraagtekens blijft zitten. Want, wanneer is iets een zitplaats? Hoe groot moet een bed zijn? En wat valt er onder een kookgelegenheid?

Hoe streng keurt de RDW campers?

Wat nou op de millimeter de campereisen zijn of waar precies de grenzen liggen, daar is geen zeker antwoord op te geven. Het verschilt per keuringsstation en keurmeester hoe zwaar ze keuren en hoe ze regelgeving interpreteren .

Het recept voor een succesvolle RDW camperkeuring

Wat absoluut meehelpt voor een succesvolle camperkeuring is de intentie laten zien dat je echt je best hebt gedaan om een volwaardige camper te bouwen. Bij een minimaal camperinterieur zal er absoluut een rolmaat getrokken worden, terwijl er bij een serieus gebouwde camper, waarbij je je best hebt gedaan om de regelgeving en inrichtingseisen te volgen, er vaak al bij het openen van de schuifdeur goedkeurend geknikt wordt.

Onze evraring met de inrichtingseisen van de RDW

Om je op weg te helpen, gaan we de eisen één voor één bij langs. Hierbij delen we je onze ervaring en die van de zelfbouwers die we hebben mogen begeleiden.

Er zijn zitplaatsen en een tafel in het voertuig. U mag de tafel zo vastmaken, dat u deze makkelijk kunt weghalen.

Zorg voor minstens twee zitplaatsen, er wordt immers meervoud gebruikt. Ga bij een zitplaats uit van een zitting van 40 cm x 40 cm. De zitplaatsen kunnen dus ook een bankje van 80 cm x 40 cm zijn. Hoewel de RDW op de site niet aangeeft dat een zitplek een rugleuning moet hebben, wordt bij gebrek hieraan toch regelmatig een camper afgekeurd. De rugleuning mag ook de betimmerde wand van je bus zijn. Voor een positieve keuring helpt het als je je stoelen voorziet van een kussen (zowel op het zitgedeelte als tegen de rugleuning/wand).

Draaibare voorstoelen worden ook als zitplaatsen meegerekend, maar die moet je dan wel eerst laten keuren door een keurmeester van de technische afdeling (de VRT).

Tafel
Tja, wanneer is iets een tafel? Het kleinste wat we hebben laten keuren is een tafeltje waar een laptop op past. Hierbij maakt de indruk van de gehele camper ook zeker uit. Verwijderbaar is dus ook oké, zoals een uitschuiftafel, opklaptafel, een tafel die je in een rail haakt. Het mag allemaal. Zolang die uitgeklapt maar een vaste plek heeft. Een gewone losse tafel inladen telt dus niet.

Er is een bed aanwezig. Dit bed mag u maken van de zitplaatsen.

Hoewel het bed voor de Belastingdienst minstens 180cm x 110 cm moet zijn of twee losse bedden van 60cm x 180 cm, heeft de RDW hier geen richtlijnen voor. Maar, als je toch voor het kortingstarief in aanmerking wilt komen, kun je het maar beter direct goed doen en 180×110 aanhouden.

Matras
Zorg ook voor een matras. Strenge keurmeesters hebben wel eens een camper afgekeurd omdat het matras ontbrak. Verder mag het bed ook opklapbaar, uitschuifbaar, of in elkaar te zetten zijn.

Er is een kookgelegenheid.

De RDW zegt dat er een kookgelegenheid aanwezig moet zijn. Deze moet vastzitten. Kijk maar naar de laatste zin “Al deze voorzieningen moeten vast in het woongedeelte zijn bevestigd.” Dit mag dus ook een airfryer zijn en, voor als nog, worden de simpele eenpits gasstelletjes, mits vastgeschroefd ook goedgekeurd.
Dit is wat ons betreft echt een achterhaalde regel, aangezien niets fijner is om je werkblad leeg te kunnen halen als je niet kookt of om buiten te koken, maar helaas, vastzetten is nou eenmaal nog steeds de regel.

Er zijn mogelijkheden om spullen op te bergen.

Zorg dat er minimaal 2 opbergmogelijkheden zijn in je camper. Dit kan een vak zijn in bijvoorbeeld een bankje, keukenblokje of kastje die is afgesloten (!) met een deurtje of klep. Een lade kan natuurlijk ook. Een boekenplank of kapstok telt niet en een vastgeschroefde curverbox is ook wel erg discutabel.

Al deze voorzieningen zijn vast in het woongedeelte bevestigd.

Zorg dat alles deugelijk vast is gemaakt en niet makkelijk losschiet.

“Elektrische apparaten”
De RDW benoemt bij de inrichtingseisen nog eens specifiek de De ECE-10 R certificering: “Heeft u een apparaat ingebouwd dat aan kan tijdens het rijden? Zoals een omvormer, koelkast of LED-verlichting? Dan moet dit apparaat een keurmerk hebben: ECE-R10-goedkeuring. Dit controleren wij tijdens de keuring. Zo bent u ervan verzekerd dat zo’n apparaat geen storing veroorzaakt.”

De ene RDW keurmeester is hier strenger op dan de ander, naar de koelkast en omvormer, powerstation en standkachels worden zeker gekeken en soms ook naar de USB-punten. Schakelaars hebben overigens geen printplaat, dus die worden uitgezonderd en bij ons heeft zelfs de strengste keurmeester niet naar de led-plafonspotjes gekeken. Ledspotjes die puur alleen licht geven, hebben overigens alleen een ledje met een weerstandje, zou ook raar zijn als een keurmeester daarover valt. Maar goed, het oordeel is natuurlijk aan de keurmeester. Heb jij een andere ervaring dan horen we het graag.

Strenge eisen voor zitplaatsen
Heeft u draaiplateaus bevestigd? Voegt u een zitplaats toe? Of verandert u de originele bevestiging van een zitplaats of gordelbevestigingspunten in uw bus? Dan is er vaak een extra keuring nodig met hoge kostenBereid u goed voor en informeer voor de keuring bij een ombouwbedrijf. Hier schrijven we een uitgebreid blog over en natuurlijk helpen we je graag met de aanpassingen en keuring.

Zitplaats niet in gebruik 
Gebruikt u de zitplaats niet tijdens het rijden? Geef dit duidelijk aan op de zitplaats zelf, bijvoorbeeld met een sticker.
Dit is een relatief nieuwe regel waar nog niet heel streng over gedaan wordt als je die bent vergeten. Wel zie ik al wat camperbouwers kleine bordjes toevoegen, maar een sticker plakken of papiertje opspelden is tot wat wij hebben gehoord voldoende. Het is een kleine moeite en geeft vooral aan dat je de regels hebt gelezen en het is duidelijk voor de keurmeester hoe je een zitplek bedoelt. Het geeft zover we hebben gehoord nog geen problemen als je die na je camperkeuring weer weghaalt.

RDW Camperkeuring

Het is in principe de bedoeling dat je je camper laat keuren als die af is en aan de eisen van de RDW en voor het kortingstarief aan de eisen van de Belastingdienst voldoet. Maar, in theorie kun je ook ook een tijdelijk interieur in je bus timmeren of zelfs huren die krap aan aan de regels van de RDW en de Belastingdienst voldoet om zo snel mogelijk in aanmerking te komen voor het kortingstarief.

RDW camperkeuring met een tijdelijk interieur en waarom je dit niet wilt doen

In alle eerlijkheid zijn wij geen fan om met een minimaal, tijdelijk interieur te keuren. We snappen dat het duur is om het volle tarief wegenbelasting te betalen, maar dit is niet de bedoeling van de wetgeving en heeft dan ook gevolgen, zoals het aanscherpen van de regelgeving en tarieven voor campers. Maar, er zijn ook directere gevolgen. De RDW tikt camperbouwers op de vingers, als ze voor de zoveelste keer hetzelfde keukenblokje staan te keuren in een andere camper en de Belastingdienst onderneemt ook actie.

Wat er gebeurt bij een minimaal interieur: De Belastingdienst krijgt een seintje

Bij een keuring waarbij het over duidelijk is dat je alleen keurt om zo snel mogelijk van het kortingstarief te kunnen genieten, maakt de RDW een opmerking die er voor zorgt dat je aanvraag bij de Belastingdienst handmatig verwerkt wordt. In het minst vervelende geval zorgt dit er alleen voor dat je langer op je kenteken moet wachten, maar het kan ook vervelendere consequenties hebben. Bij de Belastingdienst snappen ze ook heus wel dat dit niet een blijvend interieur is en doen ze hier wel degelijk controles naar.

De Belastingdienst controleert

Zo zijn er meerdere zelfbouwers bij ons in de werkplaats zelfbouwers geweest die een belletje kregen van de Belastingdienst dat ze de camper wel even wilden zien. In de tussentijd hadden deze mensen het camperinterieur er al uit gehaald en waren deze mensen bezig een lege bus te isoleren en konden ze de Belastingdienst geen camper laten zien. Wanneer ze langskomen? Kort na je aanvraag, maar dit kan ook zomaar een half jaar later zijn…

Wat er ook kan gebeuren is dat je in een controlefuik rijdt met de politie en de Belastingdienst, deze zijn vaak langs de snelweg en als je bus dan geen camperinterieur heeft of ineens een heel ander en veel zwaarder camperinterieur dan het oorspronkelijk gekeurde camperinterieur waardoor je minder wegenbelasting hebt betaald, ja dan ben je wel zuur. Je krijgt een boete en moet met terugwerkende kracht het verschil aan wegenbelasting terugbetalen.

Een legaal alternatief voor lage kosten tijdens het ombouwen is om je camper te schorsen, maar dat betekent wel dat je niet met je bus mag rijden en dat die ook niet op de openbare weg mag staan.

Belastingdienst inrichtingseisen camper

Met een camper kun je, als je aan de juiste voorwaarden voldoet, gebruik maken van een zogeheten ‘bijzonder tarief motorrijtuigenbelasting’. Dit betekent dat je minder motorrijtuigenbelasting hoeft te betalen. Op dit moment geldt er halftarief en betaal je dus niet 100%, maar 50% van de motorrijtuigenbelasting. Behoorlijk de moeite waard dus om te kijken of je daarvoor in aanmerking kunt komen.

Kortingstarief wegenbelasting camper

Om in aanmerking te komen moet je aan de voorwaarden en inrichtingseisen van de Belastingdienst voldoen en die zijn net even wat strenger dan de inrichtingseisen van de RDW. Ik neem de inrichtingseisen met je door.

Denkbeeldig blok
“De binnenruimte moet een (denkbeeldig) rechthoekig blok kunnen bevatten, met een hoogte van minimaal 170 cm over een lengte van minimaal 200 cm en over een breedte van minimaal 90 cm. De binnenruimte is de ruimte achter de bestuurders- en bijrijderszitplaats, waarbij de stoelen in de achterste stand staan.”

Met de binnenruimte bedoelen ze de ruimte achter de bestuurders- en bijrijderszitplekken, waarbij de stoelen in de achterste stand staan, maar de rugleuning mag wel rechtop gezet worden.

Let op, dit wordt gemeten tussen de wanden, vloer en plafond die je er zelf inbouwt. Je meubels hebben overigens geen invloed op dit blok, het is bijvoorbeeld niet zo dat je vloer leeg moet zijn binnen dit blok.

Als je hier niet aan kunt voldoen, maar je bus wel ten minste 130 cm hoog is in de binnenruimte, ook weer tussen de betimmering van je vloer en plafond in gemeten, dan voldoe je met behulp van een hefdak waarbij je deze uitklapt een hoogte hebt van ten minste 170 cm over een lengte van ten minste 100 cm en een breedte van ten minste 90 cm. toch nog aan deze eis. Voldoe je hier niet aan omdat je hoogte in je bus 129,7 cm is, dan heb je echt dikke pech, maar voldoe je niet aan de eis. Dit is dus een serieus iets om te checken en mee te nemen in je koopoverweging als je een wat kleinere bus wilt ombouwen.

Minimaal 2 vaste zitplaatsen
Dit mogen de bestuurderszitplaats en bijrijderszitplaats zijn. Maar dan moeten deze stoelen wel kunnen draaien, zodat ze in de binnenruimte gebruikt kunnen worden.”

Niet veel anders als bij de RDW dus en ga er ook hierbij van uit dat er bij een bank iedere 40cm als zitplaats wordt gerekend.

Een vaste tafel
De tafel mag zo bevestigd zijn, dat u die eenvoudig kunt verwijderen.

Check. Hetzelde dus als bij de RDW eis.

Slaapplaatsen voor minimaal 2 personen
Dit mogen slaapplaatsen zijn die u met behulp van de zitplaatsen maakt. Maar niet met de zitplaatsen voor de bestuurder en de bijrijder. De minimale afmetingen van de slaapplaatsen zijn:

Bij 2 of meer afzonderlijke slaapplaatsen: minstens 2 slaapplaatsen zijn minimaal 180 cm lang en minimaal 60 cm breed
Bij 1 tweepersoonsslaapplaats: minimaal 180 cm lang en minimaal 110 cm breed

Anders dan bij de inrichtingseisen van de RDW, geeft de Belastingdienst dus wel eisen aan de afmetingen van de bedden in je camper.

Minimaal 2 vaste en afsluitbare opbergfaciliteiten
Dus twee lades, twee deurtjes, twee bovenkastje, twee kleppen of één van het één en één van het ander. Net zoals bij de RDW dus.

Een vast keukenblok bestemd voor gebruik in de binnenruimte
Het werkblad is minimaal 60 cm hoog, voorzien van een ingebouwde (uitneembare) watervoorziening met een spoelbak, een kraan en een afvoer.

Hoewel de RDW geen eisen heeft voor een watervoorziening, heeft de Belastingdienst dit dus wel. Je hebt minimaal een jerrycan met een dompelpompje nodig die is aangesloten op een kraan met een spoelbak en afvoer (naar bijvoorbeeld een jerrycan). De hoogte van het werkblad is gemeten vanaf de (top)vloer.

Een opgehangen jerrycan met een kraantje boven een wasteil telt dus niet. En ook een buitenkeuken met bijvoorbeeld een uitschuiflade telt niet.

Kookgelegenheid:
“Een vast ingebouwde kookgelegenheid bestemd voor gebruik in de binnenruimte Dit mag een vaste magnetron zijn die stroom krijgt door een energiebron die in de kampeerauto aanwezig is.”

Helaas kun je nog zo overduidelijk een camper hebben, een vast kookstel of een andere vaste kookgelegenheid in de binnenruimte is toch echt nog steeds een eis.

Tja, en wat nou als je niet aan deze eisen kunt of wilt voldoen?

Dat mag, maar dan heb je geen recht op het kortingstarief. Het slimste is dan om je bestelbus om te keuren naar een personenauto (aangezien je waarschijnlijk niet meer aan de eisen van een bestelbus voldoet) en niet naar een kampeervoertuig bij de RDW. Aangezien je toch geen korting krijgt op de wegenbelasing, heb je er geen voordeel bij als je bus geregistreerd staat als kampeervoertuig. Eerder een nadeel, bijvoorbeeld met het mogen parkeren van je camper en hogere tol bij buitenlandse snelwegen.

Vergeet de campereisen van je verzekeraar niet

Veel verzekeraars laten een taxatie en risico-inspectie doen als je je camer allrisk wil verzekeren of uberhaupt bij zelfbouwcampers. Een bedrijf waar de verzekeringsmaatschappijen veel mee samenwerken is de CED. Zij controleren op het volgende. Hoef je geen inspectie uit te laten voeren? Lees ook dan goed verzekeringsvoorwaarden door, want hoewel de RDW, behalve de 10 R geen regels heeft voor je elektra, gas en water, hebben de verzekeraars dit vaak wel.

De eisen bij een taxatie-/risico-inspectie van het CED in opdracht van camperverzekeraars:

Gasinstallatie camper eisen

  • Afgesloten kast voor de gasfles (ook in het keukenkastje).
  • Geen elektronica in dezelfde kast.
  • Ontluchting aanwezig in de gaskast aan de onderzijde rond 40 mm (zeer belangrijk).
  • Vaste aansluiting met staal of koper naar de gasfles. Dus tussen gaskast en gastoestellen zoals koelkast, kachel, boiler etc. geen oranje flexibele slang. Een losse oranje slang direct vanaf kooktoestel( verbruiker) op gasfles niet toegestaan.
  • Alleen oranje flexibele slang tussen vaste aansluiting en gasfles in de gaskast, bij voorkeur met schroefnippels. Gasslang in juiste conditie.
  • Controle drukregelaar.
  • Gasfles deugdelijk rechtop en goed gemonteerd.
  • LPG flessen vulling aan de buitenzijde.

Camperelektra eisen

  • Aardlekschakelaar aanwezig
  • Deugdelijke inbouw
  • Randaarde stopcontact
  • Deugdelijke bevestiging huishoudaccu
  • Deugdelijke walstroomstekker

Waterinstallatie eisen

  • Watertank deugdelijk bevestigd.

Mag jij je camper wel bij jou in de straat parkeren? Over de gemeentelijke APV wetgeving

Weet je al waar jij je camper gaat stallen/parkeren straks? Zeker als je in een dorp of stad woont, waar je de camper langs de straat wilt parkeren moet je even opletten, want dan heb je mogelijk te maken met de APV.

Wat is de APV en wat heeft dit met je camper te maken?

De APV staat voor Algemene Plaatselijke verordening. Dit zijn de regels van een gemeente over de openbare orde en veiligheid. Nu vraag je je misschien af, wat dit in hemelsnaam met het bouwen van een camper te maken heeft.
Nou, de meeste gemeentes hebben in de APV staan,dat je je camper maar maximaal 3 dagen per maand aan de openbare weg mag parkeren. Er zijn zelfs gemeentes waar bestelbussen en campers langer dan 6 meter überhaupt niet binnen de bebouwde kom mogen staan. En het kan zelfs zo zijn dat je je camper niet eens op je eigen terrein mag zetten als deze zichtbaar is v.a. de openbare weg.

Hoe streng wordt er gehandhaafd op de APV?

Of er in jouw gemeente deze regels gelden zul je op moeten zoeken in de APV van jouw gemeente, want dit verschilt. Is dit inderdaad in jouw gemeente van toepassing? Dan hoeft dat niet meteen reden voor paniek te zijn. Het goede nieuws is dat lang niet alle gemeentes deze regels actief handhaven. Maar, stel dat je buren over je camperbus klagen, dan moet de gemeente daar wel wat mee en kunnen ze je dus verbieden om je bus aan de straat of dus zelfs op je eigen oprit te parkeren (en je anders beboeten).

Ik vertel je dit natuurlijk niet om je te ontmoedigen of onnodig bang te maken, maar houd er wel rekening mee, zeker als je in een grote stad woont of moeilijke buren hebt. Bedenk dan eventueel alvast een plan B waar jij je camper dadelijk kan stallen.

Lees meer over camperbouw

Een lege startaccu in je camper voorkomen - startwacht
Lees meer >>
Camper elektra termen uitgelegd stroom weerstand watt volt ampere en ampere-uur uitgelegd
Lees meer >>
power station camper
Lees meer >>
Camperelektra installatie voor beginners uitgelegd
Lees meer >>
RDW camperkeuring
Lees meer >>
Wet-en-regelgeving-camper-keuring-RDW-10R-elekttra-eisen-1
Lees meer >>

Hey Zelfbouwer! Duwtje?

Ons camperbouwteam helpt je graag met de lastigere camperbouwklussen

Camperbouwers Zutphen Vanlife Platform